Rob Pattynama

Rob Pattynama (Tjimahi, 1930) vertrok op 16 jarige leeftijd naar Nederland. Na de overbruggings-HBS in Scheveningen studeerde hij tropische landbouw in Deventer. In maart 1958 emigreerde Rob naar Nieuw-Guinea om daar als landbouwingenieur te werken. Door zijn werkzaamheden ging hij vaak op tournee om de Papoea's te helpen gewassen, zoals sago en kokosbomen, te verbouwen. Veel van deze tournees heeft Rob gefilmd. In februari 1962 ging hij met zijn gezin op verlof naar Nederland. Door de politieke situatie konden zij niet meer terugkeren en waren gedwongen in Nederland te blijven. Rob heeft daarna nooit de behoefte gehad Nieuw-Guinea te bezoeken.

Nico van Balgooy

Nico van Balgooy (Poerwokerto, 1931) raakte via een vriendinnetje, die veel Papoea spullen had, geïnteresseerd in Nieuw-Guinea. Hij vertrok daarom als DETA-contractant in 1949 naar Hollandia. Daar zag Nico voor het eerst in zijn leven witte arbeiders die, zoals later bleek, vooral ex SS-ers en NSB-ers te zijn. Hij vond Nieuw-Guinea mooier dan Java, vooral de stranden en de bomen. Van een KNIL militair kon Nico een geweer overnemen en zodat hij elk weekend kon gaan jagen. Zijn jongste broer meldde zich als soldaat vrijwillig aan om naar Nieuw-Guinea te gaan om hem te bezoeken. Zijn oudste broer vocht als Indonesisch militair op Nieuw-Guinea. Nico is 2 keer terug geweest naar Nieuw-Guinea.

Hilly Fredriksz

Hilly Fredriksz (Djogjakarta, 1938) vertrok in 1949, op advies van haar oudste broer die daar als militair gelegerd was, met haar ouders van Indië naar Manokwari. Zij leefden, zeker in het begin, onder primitieve omstandigheden (water halen uit de kali). Hilly ging in Sorong naar de mulo en maakte deze af in Hollandia. Na de mulo keerde Hilly in 1956 terug naar Manokwari en ging bij het postkantoor werken. Daar raakte ze bevriend met een Papoea Joseph die daar chauffeur was. Toen Hilly in 1956 haar blanke Indo vriendje wilde volgen naar Australië, werd zij geweigerd omdat zij te donker was. Van Nieuw-Guinea mist zij de saamhorigheid het meest. Hilly is in 1999 nog één keer terug geweest.

Eddy Korwa

Eddy Korwa (Awai, Biak, 1940) is een zoon van een Papoea dorpsonderwijzer. In zijn kindertijd sprak hij Biaks en Maleis. In 1955 ging Eddy naar de LTS en vervolgens naar de Lagere Zeevaartschool in Hollandia en ging aan het werk als timmerman bij BMH (Bouw Maatschappij Hollandia) en daarna bij de Havendienst. Eddy richtte na de overdracht een ondergrondse stadsguerilla op als verzet tegen de Indonesische bezetters door bijvoorbeeld auto’s onklaar te maken. Hij vluchtte in de 3e poging in 1964 aan boord van de ms Schelde Lloyd naar Nederland omdat hij door de Indonesische militairen gezocht werd. Hierover schreef hij het boek: De Verstekeling - van Sorong naar Rotterdam. In 1990 is Eddy voor het eerst terug gegaan, maar zijn ouders heeft hij nooit meer gezien.

Jane Füren

Jane Füren (Soebang, 1938) kwam als 12-jarig meisje met haar moeder in 1951 naar Sarmi op Nieuw-Guinea. Haar vader was door de Japanners vermoord. Haar grootouders waren al in 1948 naar Nieuw-Guinea vertrokken. Door bemiddeling van de Wereldraad voor Kerken kwam zij eind 1952 bij een Nederlands kostgezin in Hollandia-Binnen. Zij is daar naar de mulo gegaan. In Hollandia-Binnen trouwde Jane met een politieman en zij vertrokken, met hun gezin, voor 1½ jaar naar Biak. Daarna keerden zij terug naar Hollandia-Binnen. In april 1962 vertrokken zij naar Nederland. In 1992 is zij nog één keer naar Nieuw-Guinea terug geweest.

Arend Pottjegort

Arend Pottjegort (Steenwijk, 1944) werd op 17 februari 1962 als jongste bemanningslid (17 jaar) met Hr.Ms. Friesland naar Nieuw-Guinea uitgezonden. Zijn 'normale' functie aan boord was kok, maar bij gevechtshandelingen was hij munitielader bij een van de 40 mm Oerlikon mitrailleurs. Eén van die acties, waarbij marinier Mannie in een gevecht met Indonesische commando's om het leven kwam, is Arend altijd bijgebleven. Ondanks zijn jonge leeftijd had hij toen al wel in de gaten dat de Papoea's de dupe zouden zijn van de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Op 13 oktober 1962 vertrok Arend met de Friesland terug naar Nederland. Over deze reis is hij het boek 'De Panamees op patrouille' aan het schrijven.

Floor Hoogenboom

Floor Hoogenboom (Oudewater, 1931) werd in 1959 gewijd tot priester, iets wat hij al was jongs af aan wilde worden. Hoewel China Floor’s eerste keus was, vertrok hij in 1960 naar Nieuw-Guinea omdat China gesloten was. Floor heeft voor de kerk vele functies vervuld, zoals resort leider, pastoor, archivaris van 1960-2017 en heeft op verschillende plaatsen in Nieuw-Guinea gewerkt en gewoond (Baliemvallei, Kokonao, Holandia). In 1967 is hij voor het eerst op verlof naar Nederland gegaan. Floor is tot 2017 in Nieuw-Guinea gebleven totdat, zoals hij het zelf zei, ‘’er niemand meer was…".

Jan Herman van Roijen

Jan Herman van Roijen (Tokyo, 1936) ging als dienstplichtig pelotons commandant (infanterie) in maart 1962 per vliegtuig naar Curaçao en vandaar met de Zuiderkruis naar Nieuw-Guinea. Vanaf augustus 1962 werkte hij voor de krijgsraad in Nieuw-Guinea. Zijn vader was in 1963 als diplomaat o.a. betrokken bij de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. De Act of Free Choice, waarbij de bevolking zich in 1969 zou mogen uitspreken over haar toekomst, maakte daar een onderdeel van uit. Tussen 1 oktober 1962 en 16 december 1962 werkte hij voor de juridische dienst van UNTEA. Jan Herman is sindsdien als ambassadeur in Jakarta (1992-1994) herhaaldelijk terug geweest.

Jacques (Jac) de Jonge

Jacques de Jonge (Brugge, 1941) ging als 19-jarige militair (infanterist) in 1961 naar Nieuw-Guinea. Tijdens de medische tournees en patrouilles bewonderde hij hoe de Papoeagidsen één waren met het oerwoud. Hun opdracht was te voorkomen dat de Indonesische infiltranten aan land kwamen. Vlak voor het einde van zijn termijn moest Jac vanwege familieomstandigheden eerder terug (februari 1962). Het jaar in Nieuw-Guinea heeft een onuitwisbare indruk op Jac gemaakt. Met zijn oude luitenant (Houbrigts) zou hij terug naar Fak-Fak gaan, maar toen deze vlak voor vertrek overleed wilde, Jac niet verder dan Bali. Jac woont na het overlijden van zijn vrouw in Bronbeek.

Fred van den Burg

Fred van der Burg (Bandoeng, 1943) heeft in de oorlog als baby 2 jaar in verschillende Jappenkampen gezeten. In 1951 ging hij met zijn moeder vanuit Nederland, waar zij op verlof waren, naar Hollandia. Zijn vader was daar hoofd van de PTT geworden en hun vooruit gegaan. Fred speelde tussen het achtergebleven oorlogsmateriaal. Hij zwierf als jongen in het heuvelachtige gebied 'skyline' en kreeg contact met de lokale Papoea's en wilde paarden. Toen zijn vader in 1957 met pensioen ging, is het gezin naar Nederland geëmigreerd. Hij is erg begaan met het lot van de Papoea's. Op zijn zeilbootje waait de Morgenstervlag. Op deze manier vraagt hij aandacht voor de kwestie. Fred is nooit meer terug geweest.

Hetty Scheepe-Cornelissen

Hetty Scheepe (Bandoeng, 1940) vluchtte eind 1948 met haar ouders en drie andere gezinnen naar Nieuw-Guinea met ms Reyniersz, omdat Indië te gevaarlijk werd. Aanvankelijk woonden zij met elkaar in Sorong. Omdat de school te ver weg was, kon Hetty niet naar school, dat kon pas toen het gezin twee jaar later naar Manokwari verhuisde. Haar vader bouwde daar hun huis met kedek. Op haar 20e verjaardag trouwde Hetty met Siegfried Scheepe, die op de scheepswerf “Konijnenburg” werkte. Omdat enkele Papoea werknemers hem bedreigden, vluchten zij op 18 december 1961 met ms Zuiderkruis naar Nederland. Ondanks dat Hetty geen heimwee heeft naar Nieuw-Guinea, zou zij wel een keer terug willen.

Daan Sahetapy

Daan Sahetapy (Gombong, 1934) ging als 16 jarige jongen met zijn twee broers in 1950 als DETA-contractant van Palembang, waar hij op de middelbare school (MS) zat, naar Hollandia. Bij aankomst werd Daan naar zijn leeftijd werd gevraagd. Ondanks dat de vereiste minimumleeftijd 18 jaar was, werd hem gezegd dat dat niet uitmaakte omdat hij toch niet terug kon. Als DETA-jongen verdiende je ƒ 1,50 per dag met gratis kost en inwoning. Als je ziek was kreeg je geen loon. Om zijn schoolgeld na zijn DETA-contract te kunnen betalen, ging hij ‘s morgens borden wassen. Hoewel Daan niet meer op Nieuw-Guinea zou willen wonen, is hij er sinds zijn vertrek in 1962 vijf keer op vakantie geweest.

Heidi Heintz

Heidi Heintz (Magellan, 1941 - Dordrecht, 2021) verhuisde in 1951 met haar ouders vanuit Indië naar Nederland. Omdat haar moeder slecht kon aarden, emigreerden ze binnen een jaar naar Hollandia. In 1956 vertrok het gezin weer naar Nederland, waar Heidi haar mulo diploma haalde. In 1961 keerden zij opnieuw terug naar Hollandia. Het was een vreemde en rumoerige tijd, daarom stuurde haar vader Heidi op 30 augustus 1962 naar Nederland. Op de tussenlanding in Biak was Heidi op een feest ter gelegenheid van het afscheid van Nieuw-Guinea. Toen de marine meldde dat er een gevechtsklare Indonesische onderzeeër bij Hollandia was gespot, moesten alle aanwezigen, terstond en zonder enige contact met familie vertrekken.

Alex Bal

Alex Bal (Semarang, 1941), kwam in augustus 1950 met het gezin in Manokwari. Hun onderkomen bij Pasir Putih was een simpel schuurtje van gevlochten bamboe (kedek) zonder meubilair, water en elektriciteit. Water moest Alex bij een zoetwaterbron halen. Na zijn mulo in Manokwari ging Alex o.a. werken bij PIM. Na werktijd werkte hij in de bar die hij had overgenomen. Toen de Nederlanders in oktober 1962 vertrokken waren, bestond zijn klandizie enkel uit Papoea's. Daar vertelden zij dat zij zich door de Nederlanders besodemieterd voelden. Alex vertrok pas in maart 1963 uit Nieuw-Guinea en schreef een aantal boeken (waaronder De laatste Indo uit Nieuw-Guinea) over zijn leven in Nieuw-Guinea. Ondanks het verlangen, is Alex door omstandigheden nooit meer teruggegaan.

Piet van Mensvoort

Piet van Mensvoort (Tilburg, 1934 - Tilburg, 2020) was een boerenzoon uit Tilburg, werd in 1958 tot priester gewijd en vertrok in 1962 naar Merauke. Toen Piet daar uit het vliegtuig stapte, wist hij: “Hier moet ik zijn”. Hij deed er parochiewerk in het onderwijs, de gezondheidszorg en werkte aan sociaal-economische projecten, waarbij hij vond dat hij als missionaris ‘goed moest zijn voor de mensen’. Hij zette onder andere internaten op voor weggelopen Papoeameisjes en een stichting voor Papoea weduwe vrouwen. Piet moest na 32 jaar in 1994 vanwege gezondheidsklachten terugkeren naar Nederland. Hij is sindsdien zes keer terug geweest.

Efrat (Eef) Mamoribo

Eef Mamoribo (Warsa, 1940) is opgegroeid in Biak in een huis op palen aan zee. Zij was tussen 1978-2007 zangeres bij de dans- en zanggroep Sampari. Eef trouwde met de Nederlandse bestuursambtenaar Han Carels. Vanwege zijn huwelijk met een Papoea kwam hij zonder baan, iets wat Eef toen verdrietig maakte. In juli 1962 ging Eef met 3 kinderen met verlof naar Nederland. Toen in augustus 1962 werd dat Nieuw-Guinea aan Indonesië zou worden overgedragen, konden Eef en haar gezin daardoor de terugreis niet zelf betalen. Pas in 1974 kon zij voor het eerst weer terug naar Nieuw-Guinea, omdat Papoea’s tot 1970 niet terug mochten komen. Haar vader heeft zij nooit meer gezien.

Miek Dorrestein

Miek Dorrestein (Den Haag, 1931) werd na de kweekschool in Maastricht als onderwijzeres door het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen in 1954 uitgezonden naar een internaat voor Papoeakinderen in Kokonao. Van 1958 tot 1960 gaf Miek les in Hollandia. Na de overdracht had zij een missiecontract als secretaresse bij mgr. Staverman. Nadat een Papoeajongen door Indonesische militairen werd afgetuigd, omdat hij Miek een hand wilde geven, was voor haar de maat vol en vertrok zij 1964 voorgoed naar Nederland. Miek is schrijfster van kinderboeken die met name de relatie met de Papoea’s belichten vanuit het perspectief van het kind.

Annis Lekransy

Annis Lekransy (Ahiolo Seram, 1944) is met zijn moeder, 2 broers, zus in 1948 naar Merauke verhuisd. Zijn vader was hun, als zendeling van de Molukse protestantse kerk, een jaar eerder vooruit gegaan. Hoewel Annis zijn vader niet vaak zag, ging hij in vakanties met hem jagen op herten en kangoeroes. Zijn moeder was schoolhoofd, maar werd teruggezet omdat een Nederlander die functie moest overnemen. Op 13-jarige leeftijd ging Annis naar de mulo in Hollandia waar hij bij DETA-jongens woonde. In 1962 vertrok Annis alleen naar Nederland en is in 2012 nog een keer terug geweest voor een reünie van zijn school in Hollandia. In de stad zag hij vooral Indonesiërs en weinig Papoea’s.

Burmanus Wenno

Burmanus (Bur) Wenno (Okaba (Merauke), 1931) zijn vader kwam vanuit Saparoea naar Nieuw-Guinea voor de vangst van en handel in paradijsvogels. Bur zat in Merauke op school en werkte na zijn opleiding bij de douane in de haven van Merauke. Na 2 jaar gestationeerd te zijn in Hollandia kwam Bur zijn vrouw Ien tegen. Ruim een jaar na hun huwelijk in 1959 werd hun dochter Mary geboren. In 1962 moest het jonge echtpaar met Mary Merauke verlaten. Eerst vertrokken Ien en Mary (september) met het vliegtuig. Een maand later vertrok Bur via Hollandia met de boot naar Piraeus en van daaruit naar Nederland. Op de 2e verjaardag van Mary werd het gezin herenigd in het Parkhotel in Noordwijkerhout.

Frans Sauselé

Frans Sauselé (Soebang, 1940) vertrok op 24 december 1949 met zijn ouders, broer en zusjes per boot (ms Waibalong) van Batavia naar Manokwari, omdat Nieuw-Guinea het land van de Indo's zou worden. Bij aankomst maakten de Papoea’s veel indruk op Frans. Zijn moeder nam zaden, groenten en vruchten mee en begon al snel een winkeltje en restaurant in Manokwari. Zijn vader stierf aan de zwartwaterkoorts toen hij 11 was. Omdat zijn zusjes veel hulp nodig hadden en zijn moeder veel weg was voor haar winkel, bleef Frans na de mulo in Manokwari. Frans en familie verlieten Nieuw-Guinea in 1961 omdat het te link werd. Frans is nog één keer terug geweest (Sorong 1998).

René Hoksbergen

René Hoksbergen (Amsterdam, 1940) wilde en ging in augustus 1961 als dienstplichtig korporaal-schrijver naar Biak. Hij heeft niet deelgenomen aan gevechtshandelingen, wel heeft hij een keer Indonesische krijgsgevangen naar het eilandje Woendi gebracht. Tegen zijn zin moest René in juni 1962 vervroegd terug naar Nederland. Nieuw-Guinea heeft hem enorm beïnvloed en zijn sociaal bewustzijn versterkt. Dat is één van de redenen dat hij bezig is met een kroniek over Nieuw-Guinea vanaf 1500 tot heden. In 2012 is hij samen met andere ex-militairen terug geweest om zijn gesneuvelde collega’s te eren. Al vele jaren is hij intensief betrokken bij op Nieuw-Guinea betrokken organisaties.

Lenie Bos-Krahmer

Lenie Bos (Makassar, 1932) vluchtte eind 1950 met haar ouders met ms Boud naar Sorong. Als kind was ze ooggetuige van de Japanse troostmeisjes en zelf slachtoffer. Lenie heeft verschillende malaria variaties gehad. Ze woonden de eerste tijd bij haar zuster en man, die al eerder naar Nieuw-Guinea waren gegaan. Toen Lenie getrouwd was met haar ‘jungle prins’ zijn zij verhuisd naar Hollandia. Hoewel haar contact met de Papoea’s oppervlakkig was, besefte Lenie dat Nieuw-Guinea eigenlijk hun land was. Op 16 februari 1962 vertrok Lenie met haar eigen gezin met Europees verlof voor een jaar naar Nederland. Door de politieke situatie konden zij echter niet meer terug. Lenie is 2019 nog één keer terug geweest.
cropped-logo-TNG-roodtekstdoorschijnend-met-tekst.png

Frans de Séra

Frans de Séra (Radjapolla, 1931) vertrok op 19-jarige leeftijd naar Hollandia als DETA-contractant. De reis ging met een boot via Semarang en Surabaya waar ook andere DETA-contractanten werden opgepikt. Op weg naar Makassar ging iedereen op het achterdek staan om Java achter de horizon te zien verdwijnen. In Sorong, waar ze een tussenstop maakten, werden hij en de overige DETA-jongens al direct ingezet om de voor Sorong bestemde lading te lossen. Direct na zijn DETA-contract (1 jaar) ging Frans werken bij de Dienst Openbare Werken Nieuw-Guinea (DONG). Later werkte hij bij de hydrografische dienst in Merauke. In oktober 1962 vertrok Frans naar Nederland.

Ranny Herklots

Ranny Herklots (Ransiki, 1939) groeide op in Manokwari. In de oorlog zat zij met haar moeder in een Jappenkamp. Daar moest zij tegen haar zin met de Japanners mee-eten. Haar latere stiefvader (M.C. Kokkelink-ridder Militaire Willemsorde) heeft hen daar bevrijd. Haar echte vader is op 36-jarige leeftijd door de Japanners vermoord en door Kokkelink gevonden. Na de oorlog heeft het gezin een tijdje op Ambon gewoond waar haar stiefvader bij de NFIS werkte. Op 13 april 1947 keerden zij terug naar Manokwari. Op 9 juni 1962 vertrok Ranny voorgoed uit Nieuw-Guinea. Met jeugdvriend Hans van Zanten is Ranny in 2002 nog een keer naar Nieuw-Guinea teruggegaan.

Hans van Zanten

Hans van Zanten (Bandoeng, 1942) vertrok in 1950 met zijn ouders naar Nieuw-Guinea. Aanvankelijk woonden zij in een oude Japanse loods. Omdat het zinken dak lekte, werden er tenten in de loods opgesteld. Zijn vader kocht een gebombardeerd huis, waar op het fundament een nieuw huis en schoenenwinkel werd gebouwd. Na een week mulo in Manokwari, ging Hans naar de HBS in Hollandia. Omdat daar nog geen 5e klas was, maakte hij deze af in Leiden. Hij kwam na een paar jaar terug in Nieuw-Guinea, om in een onafhankelijk Papoealand te gaan wonen, maar moest in november 1962 naar Nederland vertrekken. Hans reisde tot 2019 in totaal 33 keer terug.

Frans Peereland

Frans Peereland (Soekaboemi, 1935) komt uit een kolonisten gezin dat in 1938 naar Pasir Poeti (bij Manokwari) vertrok. Zijn vader werd vermoord door de Japanners. Frans’s leven was nauw verweven met de Papoea's. Zo ontfermden Arafakkers zich over de 7-jarige Frans nadat zijn moeder in een Jappenkamp was overleden. Op een Amerikaanse basis werd hij o.a. behandeld tegen een infectie, Berry Berry en malaria. Na genezing ving een vroegere buurvrouw hem op in Hollandia. Frans vertrok in 1959 naar Nederland en heeft geen behoefte om terug te gaan, ‘omdat het gebied te gecultiveerd is geworden’. De laatste jaren heeft hij veel flashbacks naar zijn heftige kindertijd.

Marinus Maresch

Marinus Maresch (Magelang, 1921 - Nijmegen, 2021) werd op 16-jarige leeftijd naar de HBS in Nijmegen gestuurd en keerde, vanwege het uitbreken van WOII in 1939 met de ms Sibajak vanuit Marseille, terug naar Indië. Hij werd al tijdens zijn opleiding tot reserve officier krijgsgevangen genomen. Na de oorlog ging Marinus in Leiden Indologie studeren en behaalde in 1952 zijn doctoraal. Na zijn studie werd hij bestuursambtenaar op Nieuw-Guinea waar hij onder andere de ordonnantie voor de Nieuw-Guinea Raad ontwierp. In augustus 1962 verliet Maresch Nieuw-Guinea voorgoed toen hij met verlof naar Nederland vertrok. Marinus is nooit meer terug geweest.

Lizzy Schrijn-Bischoff

Lizzy Schrijn (Kradenan, 1933 - Bergen op Zoom, 2022)) was een dochter van een KNIL militair bij de inlichtingendienst. Na de oorlog vluchtte het gezin (toen 3 kinderen) na advies van generaal Spoor tijdens oud en nieuw 1946 naar Nieuw-Guinea. Omdat een oom van Lizzy al in Sorong woonde, gingen ze in Sorong Doom wonen. Lizzy’s vader ging daar als bosarchitect aan de slag. Bijzonder is dat hun baboe Paenah ook met het gezin naar Nieuw-Guinea meeging. Lizzy trouwde op 17-jarige leeftijd met de militair Harry Schrijn. In 1963 vertrok het gezin met tegenzin naar Nederland. Lizzy is nooit meer terug geweest naar Nieuw-Guinea.

Henk Bosman

Henk Bosman (Schiedam, 1940) meldde zich in september 1959 als aspirant marinier in Doorn. Na een vier maanden durende opleiding kiest hij voor uitzending naar Nieuw-Guinea en vertrok in maart 1960 als marinier-schrijver naar Manokwari. De vliegreis ging via de Noordpool en moest in burger, maar wel met gasmasker. Hij maakt in Manokwari het begin van de vorming van het Papoea Vrijwiligers Korps (PVK) mee, hij was mede-organisator van de voetbalcompetitie in Manokwari en was in zijn vrije tijd oppas bij de assistent resident Lapré. In april 1962 keerde Henk terug naar Nederland. Henk is nooit meer naar Nieuw-Guinea terug geweest.

Caroline Wenno-de Queljoe

Caroline (Ien) Wenno (Kilang, Ambon), 1938) kwam op haar 10e met haar ouders naar Merauke. Beide ouders waren onderwijzer waardoor Ien naar een Europese school kon. Na haar opleiding werkte Ien op het onderwijskantoor in Merauke. In Merauke trouwde zij Bur Wenno. De overdracht van Nieuw-Guinea kwam onverwacht en vertrok Ien met haar jonge dochter Mary in september 1962 hals over kop met een DC10 via Biak naar Nederland. In Merauke moesten zij Bur achterlaten, die begin oktober naar Nederland zou vertrekken. Tot op heden zijn Ien en Bur nog niet in de gelegenheid geweest om hun geliefde Merauke te bezoeken.

Corrie Ap-Bukorpioper

Corrie Ap (Soepiori,1946), verzette zich tegen een traditionele toekomst en mocht uiteindelijk van haar vader naar school. Ze ging naar Hollandia en werkte zowel in de Nederlandse als de Indonesische tijd als hoofd medisch team in ziekenhuizen. Voor de overdracht aan Indonesië werd Corrie als een gelijkwaardige collega gezien. Na de overdracht veranderde dat. Corrie trouwde de antropoloog en muzikant Arnold Ap (Numfor, 1946 ). Arnold werd vanwege zijn muzikale expressie regelmatig gevangen genomen. In 1984 vluchtte Corrie op aanraden van Arnold met haar kinderen via een vluchtelingenkamp in PNG naar Nederland waar ze asiel kreeg. Later bleek dat Arnold in zijn politiecel was vermoord.

Jacobus Martin (Siem) Nieuwehuijse

Siem Nieuwehuijse (Tiel, 1933) was van kinds af aan gefascineerd door vliegtuigen. Hij volgde vanaf 1951 een vliegopleiding op Ypenburg en Gilze-Rijen. Als dienstplichtige, werd Siem straaljagerpiloot bij de KLu. Dat betekende wel dat hij zijn diensplicht moest verlengen. De laatste twee jaren daarvan werkte Siem tevens als piloot-navigator bij KLM. In 1960 vloog hij voor het eerst naar Biak als tussenstop voor de vlucht naar Australië. Veel contact met de passagiers had hij niet, maar was zich wel bewust dat zij een ongewisse toekomst tegemoet gingen. In augustus 1962 voerde Siem, als copiloot op de Super Constellation, 11 evacuatievluchten uit van Biak, via Manila, Bangkok en terug.

Gerrit Eduard Abrahams

Gerrit Abrahams (Toegoe, 1939), verloor zijn vader al op zeer jonge leeftijd. Het gezin vluchtte met een grote groep Toegoenezen in 1950 naar Hollandia. Daar bouwden zij op de heuvel een dorp. Binnen een jaar overleed zijn moeder. Na de LTS kreeg Gerrit een baan bij Residentie Waterstaats Dienst (RWD) en werd hij uitgezonden naar de Baliemvallei waar hij met Papoea’s werkte. Vanwege een infectie moest Gerrit naar het ziekenhuis in Hollandia en vertrok vandaar via Biak naar Nederland omdat het te gevaarlijk werd. Na een half jaar emigreerde hij naar Suriname, waar hij zijn vrouw ontmoette. Vijf jaar later keerde Gerrit weer terug naar Nederland. In 1987 heeft hij Nieuw-Guinea bezocht.

Rob Pattynama

Rob Pattynama (Tjimahi, 3 juni 1930) vertrok op 16 jarige leeftijd naar Nederland. Na de overbruggings-HBS in Scheveningen studeerde hij tropische landbouw in Deventer. In maart 1958 emigreerde Rob naar Nieuw-Guinea om daar als landbouwingenieur te werken. Door zijn werkzaamheden ging hij vaak op tournee om de Papoea's te helpen gewassen zoals sago, kokosbomen, te verbouwen. Veel van deze tournees heeft Rob gefilmd. In februari 1962 ging hij met zijn gezin op verlof naar Nederland. Door de politieke situatie konden zij niet meer terugkeren en waren gedwongen in Nederland te blijven. Rob heeft daarna nooit de behoefte gehad Nieuw-Guinea te bezoeken.

Daan Sahetapy

Daan Sahetapy (Gombong, 1934) ging als 16 jarige jongen met zijn twee broers in 1950 als DETA-contractant van Palembang, waar hij op de middelbare school (MS) zat, naar Hollandia. Bij aankomst werd Daan naar zijn leeftijd werd gevraagd. Ondanks dat de vereiste minimumleeftijd 18 jaar was, werd hem gezegd dat dat niet uitmaakte omdat hij toch niet terug kon. Als DETA-jongen verdiende je ƒ 1,50 per dag met gratis kost en inwoning. Als je ziek was kreeg je geen loon. Om zijn schoolgeld na zijn DETA contract te kunnen betalen, ging hij ‘s morgens borden wassen. Hoewel Daan niet meer op Nieuw-Guinea zou willen wonen, is hij er vijf keer op vakantie geweest.

Frans de Séra

Frans de Séra (Radjapolla, 1931) vertrok op 19-jarige leeftijd naar Hollandia als DETA-contractant. De reis ging met een boot via Semarang en Surabaya waar ook DETA-contractanten werden opgepikt. Op weg naar Makassar ging iedereen op het achterdek staan om Java achter de horizon te zien verdwijnen. In Sorong waar ze een tussenstop maakten werden hij en de overige DETA-jongens al direct ingezet om de lading bestemd voor Sorong te lossen. Direct na zijn DETA-contract (1 jaar) ging hij werken bij de Dienst Openbare Werken Nieuw-Guinea (DONG). Later werkte hij bij de hydrografische dienst in Merauke. In oktober 1962 vertrok Frans naar Nederland.

Nico van Balgooy

Nico van Balgooy (Poerwokerto, 1931) raakte via een vriendinnetje, die veel Papoea spullen had, geïnteresseerd in Nieuw-Guinea. Hij vertrok daarom als DETA-contract in 1949 naar Hollandia. Daar zag Nico voor het eerst in zijn leven witte arbeiders, later bleken die vooral ex SS-ers en NSB-ers te zijn. Hij vond Nieuw-Guinea mooier dan Java, vooral de stranden en de bomen. Van een KNIL militair kon Nico een geweer overnemen en zodat hij elk weekend kon gaan jagen. Zijn jongste broer meldde zich als soldaat vrijwillig aan om naar Nieuw-Guinea te gaan om hem te bezoeken. Zijn oudste broer vocht als Indonesisch militair op Nieuw-Guinea. Nico is 2 keer terug geweest naar Nieuw-Guinea.

Heidi Heintz

Heidi Heintz (Magellan, 1941 - Dordrecht 2021) verhuisde in 1951 met haar ouders vanuit Indië naar Nederland. Omdat haar moeder slecht kon aarden, emigreerden ze binnen een jaar naar Hollandia. In 1956 vertrok het gezin weer naar Nederland, waar Heidi haar mulo diploma haalde. In 1961 keerden zij opnieuw terug naar Hollandia. Het was een vreemde en rumoerige tijd, daarom stuurde haar vader Heidi op 30 augustus 1962 naar Nederland. Op de tussenlanding in Biak was Heidi op een feest ter gelegenheid van het afscheid van Nieuw-Guinea. Toen de marine meldde dat er een gevechtsklare Indonesische onderzeeër bij Hollandia was gespot, moesten alle aanwezigen, terstond en zonder enige contact met familie vertrekken.

Ranny Herklots

Ranny Herklots (Ransiki, 1939) groeide op in Manokwari. In de oorlog zat zij met haar moeder in een Jappenkamp. Daar moest zij tegen haar zin met de Japanners mee-eten. Haar latere stiefvader (M.C. Kokkelink-ridder Militaire Willemsorde) heeft hen daar bevrijd. Haar echte vader is op 36-jarige leeftijd door de Japanners vermoord en door Kokkelink gevonden. Na de oorlog heeft het gezin een tijdje op Ambon gewoond waar haar stiefvader bij de NFIS werkte. Op 13 april 1947 keerden zij terug naar Manokwari. Op 9 juni 1962 vertrok Ranny voorgoed uit Nieuw-Guinea. Met jeugdvriend Hans van Zanten is Ranny in 2002 nog een keer naar Nieuw-Guinea teruggegaan.

Hilly Fredriksz

Hilly Fredriksz (Djogjakarta, 1938) vertrok in 1949, op advies van haar oudste broer die daar als militair gelegerd was, met haar ouders van Indië naar Manokwari. Zij leefden, zeker in het begin, onder primitieve omstandigheden (water halen uit de kali). Hilly ging in Sorong naar de mulo en maakte deze af in Hollandia. Na de mulo keerde Hilly in 1956 terug naar Manokwari en ging bij het postkantoor werken. Daar raakte ze bevriend met een Papoea Joseph die daar chauffeur was. Toen Hilly in 1956 haar blanke Indo vriendje wilde volgen naar Australië, werd zij geweigerd omdat zij te donker was. Van Nieuw-Guinea mist zij de saamhorigheid het meest. Hilly is in 1999 nog een keer terug geweest.

Alex Bal

Alex Bal (Semarang, 1941), kwam in augustus 1950 met het gezin in Manokwari. Hun onderkomen bij Pasir Putih was een simpel schuurtje van gevlochten bamboe (kedek) zonder meubilair, water en elektriciteit. Water moest Alex bij een zoetwaterbron halen. Na zijn mulo in Manokwari ging Alex o.a. werken bij PIM. Na werktijd werkte hij een bar die hij had overgenomen. Toen de Nederlanders in oktober 1962 vertrokken waren, bestond zijn klandizie enkel uit Papoea's. Daar vertelden zij dat zij zich door de Nederlanders besodemieterd voelden. Alex vertrok pas in maart 1963 uit Nieuw-Guinea en schreef een aantal boeken (waaronder De laatste Indo uit Nieuw-Guinea) over zijn leven in Nieuw-Guinea. Ondanks het verlangen, is Alex door omstandigheden nooit meer teruggegaan.

Hans van Zanten

Hans van Zanten (Bandoeng, 1942) vertrok in 1950 met zijn ouders naar Nieuw-Guinea. Aanvankelijk woonden zij in een oude Japanse loods. Omdat het zinken dak lekte, werden er tenten in de loods opgesteld. Zijn vader kocht een gebombardeerd huis, waar op het fundament een nieuw huis en schoenenwinkel werd gebouwd. Na een week mulo in Manokwari, ging Hans naar de HBS in Hollandia. Omdat daar nog geen 5e klas was, maakte hij deze af in Leiden. Hij kwam na een paar jaar terug in Nieuw-Guinea, om in een onafhankelijk Papoealand te gaan wonen, maar moest in november 1962 naar Nederland vertrekken. Hans reisde tot 2019 in totaal 33 keer terug.

Eddy Korwa

Eddy Korwa (Awai, Biak, 1940) is een zoon van een Papoea dorpsonderwijzer. In zijn kindertijd sprak hij Biaks en Maleis. In 1955 ging Eddy naar de LTS en vervolgens naar de Lagere Zeevaartschool in Hollandia en ging aan het werk als timmerman bij BMH (Bouw Maatschappij Hollandia) en daarna bij de Havendienst. Eddy richtte na de overdracht een ondergrondse stadsguerilla op als verzet tegen de Indonesische bezetters door bijvoorbeeld auto’s onklaar te maken. Hij vluchtte in de 3e poging in 1964 aan boord van de ms Schelde Lloyd naar Nederland omdat hij door de Indonesische militairen gezocht werd. Hierover schreef hij het boek: De Verstekeling - van Sorong naar Rotterdam. In 1990 is Eddy voor het eerst terug gegaan, maar zijn ouders heeft hij nooit meer gezien.

Piet van Mensvoort

Piet van Mensvoort (Tilburg, 1934 - Tilburg, 2020) was een boerenzoon uit Tilburg, werd in 1958 tot priester gewijd en vertrok in 1962 naar Merauke. Toen Piet daar uit het vliegtuig stapte, wist hij: “Hier moet ik zijn”. Hij deed er parochiewerk in het onderwijs, de gezondheidszorg en werkte aan sociaal economische projecten, waarbij hij vond om als missionaris ‘goed te zijn voor mensen’. Piet moest na 32 jaar in 1993 vanwege gezondheidsklachten terugkeren naar Nederland. Hij is sindsdien zes keer terug geweest.

Frans Peereland

Frans Peereland (Soekaboemi, 1935) komt uit een kolonisten gezin dat in 1938 naar Pasir Putih vertrok. Zijn vader werd vermoord door de Japanners. Frans’s leven was nauw verweven met de Papoea's. Zo ontfermden Arafakkers zich over de 7-jarige Frans nadat zijn moeder in een Jappenkamp was overleden. Op een Amerikaanse basis werd hij o.a. behandeld tegen een infectie, Berry Berry en malaria. Na genezing ving een vroegere buurvrouw hem op in Hollandia. Frans vertrok in 1959 naar Nederland en heeft geen behoefte om terug te gaan, ‘omdat het gebied te gecultiveerd is geworden’. De laatste jaren heeft hij veel flashbacks naar zijn heftige kindertijd.

Jane Füren

Jane Füren (Soebang-1938) kwam als 12-jarig meisje met haar ouders in 1951 naar Sarmi op Nieuw-Guinea. Haar grootouders waren al in 1948 daarnaartoe vertrokken. Door bemiddeling van de Wereldraad voor Kerken kwam zij eind 1952 bij een Nederlands kostgezin in Hollandia-Binnen. Zij is daar naar de Mulo gegaan. In Hollandia-Binnen trouwde Jane met een politieman en zij vertrokken, met hun gezin, voor 1½ jaar naar Biak. Daarna keerden zij terug naar Hollandia-Binnen. In april 1962 vertrokken zij naar Nederland. In 1992 is zij nog één keer naar Nieuw-Guinea terug geweest.

Efi Mamoribo

Eef Mamoribo (Warsa, 1940) is opgegroeid in Biak in een huis op palen aan zee. Zij was tussen 1978-2007 zangeres bij de dans- en zanggroep Sampari. Eef trouwde met de Nederlandse bestuursambtenaar Han Carels. Vanwege zijn huwelijk met een Papoea kwam hij zonder baan, iets wat Eef toen verdrietig maakte. In juli 1962 ging Eef met 3 kinderen met verlof naar Nederland. Toen in augustus 1962 werd dat Nieuw-Guinea aan Indonesië zou worden overgedragen, konden Eef en haar gezin daardoor de terugreis niet zelf betalen. Pas in 1974 kon zij voor het eerst weer terug naar Nieuw-Guinea, omdat Papoea’s tot 1970 niet terug mochten komen. Haar vader heeft zij nooit meer gezien.

Marinus Maresch

Marinus Maresch (Magelang, 1921 - Nijmegen 2021) werd op 16-jarige leeftijd naar de HBS in Nijmegen gestuurd en keerde, vanwege het uitbreken van WOII in 1939 met de ms Sibajak vanuit Marseille, terug naar Indië. Hij werd al tijdens zijn opleiding tot reserve officier krijgsgevangen genomen. Na de oorlog ging Marinus in Leiden Indologie studeren en behaalde in 1952 zijn doctoraal. Na zijn studie werd hij bestuursambtenaar op Nieuw-Guinea waar hij onder andere de ordonnantie voor de Nieuw-Guinea Raad ontwierp. In augustus 1962 verliet Maresch Nieuw-Guinea voorgoed toen hij met verlof naar Nederland vertrok. Marinus is nooit meer teruggeweest.

Arend Pottjegort

Arend Pottjegort (Steenwijk, 1944) werd op 17 februari 1962 als jongste bemanningslid (17 jaar) met Hr.Ms. Friesland naar Nieuw-Guinea uitgezonden. Zijn 'normale' functie aan boord was kok, maar bij gevechtshandelingen was hij munitie lader bij een van de 40 mm Oerlikon mitrailleur. Een van die acties, waarbij marinier Mannie in een gevecht met Indonesische commando's om het leven kwam, is Arend altijd bijgebleven. Ondanks zijn jonge leeftijd had hij toen al wel in de gaten dat de Papoea's de dupe zouden zijn van de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Op 13 oktober 1962 vertrok Arend met de Friesland terug naar Nederland. Over deze reis is hij het boek 'De Panamees op patrouille' aan het schrijven.

Miek Dorrestein

Miek Dorrestein (Den Haag, 1931) werd na de kweekschool in Maastricht als onderwijzeres door het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen in 1954 uitgezonden naar een internaat voor Papoeakinderen in Kokonao. Van 1958 tot 1960 gaf Miek les in Hollandia. Na de overdracht had zij een missiecontract als secretaresse bij mgr. Staverman. Nadat een Papoeajongen door Indonesische militairen werd afgetuigd, omdat hij Miek een hand wilde geven, was voor haar de maat vol en vertrok zij 1964 voorgoed naar Nederland. Miek is schrijfster van kinderboeken die met name de relatie met de Papoea’s belichten vanuit het perspectief van het kind.

Lizzy Schrijn-Bischoff

Lizzy Schrijn (Kradenan, 1933) was een dochter van een KNIL militair bij de inlichtingendienst. Na de oorlog vluchtte het gezin (toen 3 kinderen) na advies van generaal Spoor tijdens oud en nieuw 1946 naar Nieuw-Guinea. Omdat een oom van Lizzy al in Sorong woonde, gingen ze in Sorong Doom wonen. Lizzy’s vader ging daar als bosarchitect aan de slag. Bijzonder is dat hun baboe Paenah ook met het gezin naar Nieuw-Guinea meeging. Lizzy trouwde op 17-jarige leeftijd met de militair Harry Schrijn. In 1963 vertrok het gezin met tegenzin naar Nederland. Lizzy is nooit meer terug geweest naar Nieuw-Guinea.

Floor Hoogenboom

Floor Hoogenboom (Oudewater, 1931) werd in 1959 gewijd tot priester, iets wat hij al was jongs af aan wilde worden. Hoewel China Floor’s eerste keus was, vertrok hij in 1960 naar Nieuw-Guinea omdat China gesloten was. Floor heeft voor de kerk vele functies vervuld, zoals resort leider, pastoor, archivaris van 1960-2017 en heeft op verschillende plaatsen in Nieuw-Guinea gewerkt en gewoond (Baliemvallei, Kokonao, Holandia). In 1967 is hij voor het eerst op verlof naar Nederland gegaan. Floor is tot 2017 in Nieuw-Guinea gebleven totdat, zoals hij het zelf zei, ‘’er niemand meer was…".

Annis Lekransy

Annis Lekransy (Ahiolo Seram, 1944) is met zijn moeder, 2 broers, zus in 1948 naar Merauke verhuisd. Zijn vader was hun, als zendeling van de Molukse protestantse kerk, een jaar eerder vooruit gegaan. Hoewel Annis zijn vader niet vaak zag, ging hij in vakanties met hem jagen op herten en kangoeroes. Zijn moeder was schoolhoofd, maar werd teruggezet omdat een Nederlander die functie moest overnemen. Op 13-jarige leeftijd ging Annis naar de mulo in Hollandia waar hij bij DETA-jongens woonde. In 1962 vertrok Annis alleen naar Nederland en is in 2012 nog een keer terug geweest voor een reünie van zijn school in Hollandia. In de stad zag hij vooral Indonesiërs en weinig Papoea’s.

Henk Bosman

Henk Bosman (Schiedam, 1940) meldde zich in september 1959 als aspirant marinier in Doorn. Na een vier maanden durende opleiding kiest hij voor uitzending naar Nieuw-Guinea en vertrok in maart 1960 als marinier-schrijver naar Manokwari. De vliegreis ging via de Noordpool en moest in burger, maar wel met gasmasker. Hij maakt in Manokwari het begin van de vorming van het Papoea Vrijwiligers Korps (PVK) mee, hij was mede-organisator van de voetbalcompetitie in Manokwari en was in zijn vrije tijd oppas bij de assistent resident Lapré. In april 1962 keerde Henk terug naar Nederland. Henk is nooit meer naar Nieuw-Guinea terug geweest.

Jan Herman van Roijen

Jan Herman van Roijen (Tokyo, 1936) ging als dienstplichtig pelotons commandant (infanterie) in maart 1962 per vliegtuig naar Curaçao en vandaar met de Zuiderkruis naar Nieuw-Guinea. Vanaf augustus 1962 werkte hij voor de krijgsraad in Nieuw-Guinea. Zijn vader was in 1963 als diplomaat o.a. betrokken bij de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. De Act of Free Choice, waarbij de bevolking zich 1969 zouden mogen uitspreken over haar toekomst, maakte daar een onderdeel van uit. Tussen 1 oktober 1962 en 16 december 1962 werkte hij voor de juridische dienst van UNTEA. Jan Herman is sindsdien als ambassadeur in Jakarta (1992-1994) herhaaldelijk terug geweest.

Burmanus Wenno

Burmanus (Bur) Wenno (Okaba (Merauke), 1931) zijn vader kwam vanuit Saparua naar Nieuw-Guinea voor de vangst van en handel in paradijsvogels. Bur zat in Merauke op school en werkte na zijn opleiding bij de douane in de haven van Merauke. Na 2 jaar gestationeerd te zijn in Hollandia kwam Bur zijn vrouw Ien tegen. Ruim een jaar na hun huwelijk in 1959 werd hun dochter Mary geboren. In 1962 moest het jonge echtpaar met Mary Merauke verlaten. Eerst vertrokken Ien en Mary (september) met het vliegtuig. Een maand later vertrok Bur via Hollandia met de boot naar Piraeus en van daaruit naar Nederland. Op de 2e verjaardag van Mary werd het gezin herenigd in het Parkhotel in Noordwijkerhout.

Caroline Wenno-de Queljoe

Caroline (Ien) Wenno (Kilang, Ambon), 1938) kwam op haar 10e met haar ouders naar Merauke. Beide ouders waren onderwijzer en waardoor Ien naar een Europese school kon. Na haar opleiding werkte Ien op het onderwijskantoor in Merauke. In Merauke trouwde zij Bur Wenno. De overdracht van Nieuw-Guinea kwam onverwacht en Ien met haar jonge dochter Mary vertrokken hals over kop in september 1962 met een DC10 via Biak naar Nederland. In Merauke moesten zij Bur achterlaten, die begin oktober naar Nederland zou vertrekken. Tot op heden zijn Ien en Bur nog niet in de gelegenheid geweest om hun geliefde Merauke te bezoeken.

Jacques (Jac) de Jonge

Jacques de Jonge (Brugge, 1941) ging als 19-jarige militair (infanterist) in 1961 naar Nieuw-Guinea. Tijdens de medische tournees en patrouilles bewonderde hij hoe de Papoea gidsen een waren met het oerwoud. Hun opdracht was te voorkomen dat de Indonesische infiltranten aan land kwamen. Vlak voor het einde van zijn termijn moest Jac vanwege familieomstandigheden eerder terug (februari 1962). Het jaar in Nieuw-Guinea heeft een onuitwisbare indruk op Jac gemaakt. Met zijn oude luitenant (Houbrigts) zou hij terug naar Fak-Fak gaan, maar toen deze vlak voor vertrek overleed wilde Jac niet verder dan Bali. Jac woont na het overlijden van zijn vrouw in Bronbeek.

Frans Sauselé

Frans Sauselé (Soebang, 1940) vertrok op 24 december 1949 met zijn ouders, broer en zusjes per boot (ms Waibalong) van Batavia naar Manokwari, omdat Nieuw-Guinea het land van de Indo's zou worden. Bij aankomst maakten de Papoea’s veel indruk op Frans. Zijn moeder nam zaden groenten en vruchten mee en begon al snel een winkeltje en restaurant in Manokwari. Zijn vader stierf aan de zwartwaterkoorts toen hij 11 was. Omdat zijn zusjes veel hulp nodig hadden en zijn moeder veel weg was voor haar winkel, bleef Frans na de mulo in Manokwari. Frans en familie verlieten Nieuw-Guinea in 1961 omdat het te link werd. Frans is nog een keer terug geweest (Sorong 1998).

Corrie Ap-Bukorpioper

Corrie Ap (Supiori,1946), verzette zich tegen een traditionele toekomst en mocht uiteindelijk van haar vader naar school. Ze ging naar Hollandia en werkte zowel in de Nederlandse als de Indonesische tijd als hoofd medisch team in ziekenhuizen. Voor de overdracht aan Indonesië werd Corrie als een gelijkwaardige collega gezien. Na de overdracht veranderde dat. Corrie trouwde de antropoloog en muzikant Arnold Ap (Numfor, 1946 ). Arnold werd vanwege zijn muzikale expressie regelmatig gevangen genomen. In 1984 vluchtte Corrie op aanraden van Arnold met haar kinderen via een vluchtelingenkamp in PNG naar Nederland waar ze asiel kreeg. Haar man heeft ze nooit meer gezien.

Fred van den Burg

Fred van der Burg (Bandoeng, 1943) heeft in de oorlog als baby 2 jaar in verschillende Jappenkampen gezeten. In 1951 ging hij met zijn moeder vanuit Nederland, waar zij op verlof waren, naar Hollandia. Zijn vader was daar hoofd van de PTT geworden en hun vooruit gegaan. Fred speelde tussen het achtergebleven oorlogsmateriaal. Hij zwierf als jongen in het heuvelachtige gebied 'skyline' en kreeg contact met de lokale Papoea's en wilde paarden. Toen zijn vader in 1957 met pensioen ging, is het gezin naar Nederland geëmigreerd. Hij is erg begaan met het lot van de Papoea's. Op zijn zeilbootje waait de Morgenstervlag. Op deze manier vraagt hij aandacht voor de kwestie. Fred is nooit meer terug geweest.

René Hoksbergen

René Hoksbergen (Amsterdam, 1940) wilde en ging in augustus 1961 als dienstplichtig korporaal schrijver naar Biak. Hij heeft niet deelgenomen aan gevechtshandelingen, wel heeft hij een keer Indonesische krijgsgevangen naar het eilandje Woendi gebracht. Tegen zijn zin moest René in juni 1962 vervroegd terug naar Nederland. Nieuw-Guinea heeft hem enorm beïnvloed en zijn sociaal bewustzijn versterkt. Dat is een van de redenen dat hij bezig is met een kroniek over Nieuw-Guinea vanaf 1500 tot heden. In 2012 is hij samen met andere ex-militairen terug geweest om zijn gesneuvelde collega’s te eren. Al vele jaren is hij intensief betrokken bij op Nieuw-Guinea betrokken organisaties.

Jacobus Martin (Siem) Nieuwehuijse

Siem Nieuwehuijse (Tiel, 1933) was van kinds af aan gefascineerd door vliegtuigen. Hij volgde vanaf 1951 een vliegopleiding op Ypenburg en Gilze Rijen. Als dienstplichtige, werd Siem straaljagerpiloot bij de Klu. Dat betekende wel dat hij zijn diensplicht moest verlengen. De laatste twee jaren daarvan werkte Siem tevens als piloot-navigator bij KLM. In 1960 vloog hij voor het eerst naar Biak als tussenstop voor de vlucht naar Australië. Veel contact met de passagiers had hij niet, maar was zich wel bewust dat zij een ongewisse toekomst tegemoet gingen. In augustus 1962 voerde Siem, als copiloot op de Super Constellation, 11 evacuatievluchten uit van Biak, via Manila en Bangkok en terug.

Hetty Scheepe-Cornelissen

Hetty Scheepe (Bandoeng, 1940) vluchtte eind 1948 met haar ouders en drie andere gezinnen naar Nieuw-Guinea met ms Reyniersz, omdat Indië te gevaarlijk werd. Aanvankelijk woonden zij met elkaar in Sorong. Omdat de school te ver weg was, kon Hetty niet naar school, dat kon pas toen het gezin twee jaar later naar Manokwari verhuisde. Haar vader bouwde daar hun huis met kedek. Op haar 20e verjaardag trouwde Hetty met Siegfried Scheepe, die op de scheepswerf “Konijnenburg” werkte. Omdat enkele Papoea werknemers hem bedreigden, vluchten zij op 18 december 1961 met ms Zuiderkruis naar Nederland. Ondanks dat Hetty geen heimwee heeft naar Nieuw-Guinea, zou zij wel een keer terug willen.

Lenie Bos-Krahmer

Lenie Bos (Makassar, 1932) vluchtte eind 1950 met haar ouders met ms Boud naar Sorong. Het was geen gemakkelijke tijd. Lenie heeft verschillende malariavariaties gehad. Ze woonden de eerste tijd bij haar zuster en man, die al eerder naar Nieuw-Guinea waren gegaan. Toen Lenie getrouwd was met haar ‘jungle prins’ zijn zij verhuisd naar Hollandia. Hoewel haar contact met de Papoea’s oppervlakkig was, besefte Lenie dat Nieuw-Guinea eigenlijk hun land was. Op 16 februari 1962 vertrok Lenie met haar eigen gezin met Europees verlof voor een jaar naar Nederland. Door de politieke situatie konden zij echter niet meer terug. Lenie is 2019 nog een keer terug geweest.

Gerrit Eduard Abrahams

Gerrit Abrahams (Toegoe, 1939), verloor zijn vader al op zeer jonge leeftijd. Het gezin vluchtte met een grote groep Toegoenezen in 1950 naar Hollandia. Daar bouwden zij op de heuvel een dorp. Binnen een jaar overleed zijn moeder. Na de LTS kreeg Gerrit een baan bij Residentie Waterstaats Dienst (RWD) en werd hij uitgezonden naar de Beliemvallei waar hij met Papoea’s werkte. Vanwege een infectie moest Gerrit naar het ziekenhuis in Hollandia en vertrok vandaar via Biak naar Nederland omdat het te gevaarlijk werd. Na een half jaar emigreerde hij naar Suriname, waar hij zijn vrouw ontmoette. Vijf jaar later keerde Gerrit weer terug naar Nederland. In 1987 heeft hij Nieuw-Guinea bezocht.
cropped-logo-TNG-roodtekstdoorschijnend-met-tekst.png